Op een dag kwam hij thuis met een elegante vrouw, iets jonger dan ik. Ze had één oog, waarmee ze de hele wereld leek te vangen. Zelden had ik zo’n krachtige blik gezien. Ze stelde zich met een stevige hand aan me voor als Sem, studiemaatje van Tom. Hij schonk iets voor ons in en zei dat hij en Sem zoveel lol hadden, dat hun vriendschap voor altijd was en dat hij gek op haar was.
Sem zette haar glas neer en keek Tom aan.
‘Wat zeg jij nou, Tom? Hoe denk je dat dit voor Lisa is? Hoezo gek op me, op welke manier? Ik vind je een aardige gast, maar meer dan dat is het niet. Waarom zeg je zulke rare dingen? We zijn studiegenoten, meer niet.’
Ze draaide zich naar mij toe.
‘Hé, waarom zeg jij niets?’
‘Hè? Wat?’
‘Waarom zeg je niets over wat Tom er net uitflapte?’ Haar stem schoot omhoog.
Ik haalde mijn schouders op, te verrast om ook maar iets zinnigs uit te brengen. Ik wilde zeggen dat ik al blij was dat Tom niet oeverloos ging vertellen hoe knap ze was en dat hij regelmatig naar haar toe zou gaan. Maar dat klonk na haar vraag ineens zo absurd, zo gestoord.
‘Ik weet het niet.’
Ze begon te lachen.
‘Je weet het niet? Je vent zit hier net een soort liefdesverklaring aan mij af te leggen terwijl jij ernaast zit en jij weet het niet? Kom op, waar is je zelfrespect, Lisa? En jij, Tom, zou je je excuus niet eens aanbieden voor dit belachelijke gedrag?’
Ik staarde Sem aan. Behalve Lana, toen in het park met de gescheurde broek, had niemand het ooit voor mij opgenomen als er een conflict was met Tom. Wat ik voelde was iets dat helemaal niet bij me paste: euforie, genoegdoening, trots en nog van alles en nog wat. Ik wilde iets zeggen, maar had geen idee wat, omdat ik nog op het andere spoor liep.
Dat is dus wat ik moet doen, dacht ik. Een ander spoor nemen. Dan veranderen gevoelens.
Ik keek haar glimlachend aan, maar ze beantwoordde mijn lach niet.
En natuurlijk liep Tom weg. Hij drukte zijn sigaret uit, rolde met zijn ogen, begon twee keer aan een zin, stond op en stampte naar de deur.
‘Stik jullie allebei,’ zei hij bijna onverstaanbaar.
‘O, en nu weglopen, Tom?’
Sem stond op. Langer dan een meter zestig kon ze niet zijn, maar door haar krachtige voorkomen leek ze boven Tom uit te torenen. Ze pakte hem bij zijn mouw en draaide hem om.
‘Ik dacht dat jij hypnotherapeut wilde worden, dat je mensen wilde helpen. Jij bent de redder, zeg je op school, geboren om mensen uit hun crisis te halen. Denk je dat je ver komt op deze manier?’
Ze had haar handen in haar zij gezet.
‘Kom, doe eens niet zo kinderachtig. Pak je wijn en slik je boosheid weg.’
Sem kwam vaker langs. Ze trok meer naar mij toe. Samen gingen we eten bij Odessa op de Hogewoerd. Het waren heerlijke avonden met lasagne en Italiaanse wijn. We lachten en spraken over de meest uiteenlopende dingen.
Tot we op een avond de rekening hadden gevraagd en ze me aankeek.
‘Weet je wat jij moet doen, Lisa?’
‘Nou?’
Ik zette mijn glas weer neer. Ze was zo serieus.
‘Weggaan bij die zieke man.’
We bestelden nog een karaf wijn en die avond vertelde ik voor het eerst aan iemand de waarheid. Het was alsof er een gaatje in mijn hoofd was geboord waaruit de gebeurtenissen systematisch naar buiten rolden.
Ze kwamen in volzinnen uit mijn mond, sterk, overtuigend, en elke bekentenis stond recht overeind.
Sem zei niets, luisterde, knikte.
Ze geloofde me.
Toen ik klaar was, leek ik zo licht als een veer. Mijn hoofd was leeg, mijn hart vol blijdschap. Schuldgevoel duwde ik meteen mijn lijf uit.
‘Tom wentelt zich bij iedereen in een slachtofferrol. Maak daar gebruik van en knal hem er zo snel mogelijk uit. Maak een plan!’
De weg terug naar mezelf begon die avond.